Ga naar de inhoud
Onafhankelijk vakmedium over organic visibilityZichtbaar in het tijdperk van AI
Nieuws · SEO

Google verduidelijkt structured data voor video

Nieuwe documentatie maakt duidelijk hoe makers en interacties binnen VideoObject kunnen worden beschreven.

Redactionele illustratie van een videovenster dat is verbonden met een maker en interacties
AI-gegenereerde redactionele illustratie van VideoObject structured data. Dit is geen documentaire afbeelding.

In het kort

  • Google documenteert sinds 24 september expliciet de eigenschappen creator en author voor VideoObject.
  • Voor interactionStatistic noemt Google nu vier ondersteunde interacties: kijken, liken, reageren en delen.
  • De wijziging verduidelijkt de implementatie, maar is geen aangekondigde rankingupdate en garandeert geen videoresultaat.

Google heeft op 24 september 2026 zijn documentatie voor VideoObject structured data aangepast. De zoekmachine beschrijft nu expliciet hoe de maker of uitgever van een video kan worden vastgelegd. Ook is duidelijker gemaakt welke soorten gebruikersinteractie Google binnen interactionStatistic ondersteunt.

De update is klein in omvang, maar praktisch relevant voor uitgevers, videoplatformen en organisaties die video op eigen kijkpagina’s publiceren. Zij krijgen preciezere aanwijzingen voor metadata die Google kan gebruiken om een video en de context eromheen te begrijpen.

Wat Google precies heeft gewijzigd

In het officiële overzicht met documentatiewijzigingen noemt Google twee aanpassingen. De eigenschap creator is toegevoegd aan de VideoObject-documentatie, met daarbij de melding dat author eveneens wordt ondersteund. Daarnaast specificeert Google voortaan welke waarden bij interactionStatistic.interactionType worden herkend.

Voor de maker accepteert Google een persoon of organisatie. Daarbij hoort minimaal een naam of alternatieve naam. Een URL naar een profielpagina of homepage kan extra duidelijkheid geven over de identiteit van de maker. Voor organisaties met meerdere videomakers is dat een bruikbaar onderscheid: de uitgever en de feitelijke maker hoeven niet altijd dezelfde entiteit te zijn.

Google noemt vier ondersteunde interactietypen:

  • WatchAction voor het aantal keer dat de video is bekeken;
  • LikeAction voor likes of upvotes;
  • CommentAction voor reacties;
  • ShareAction voor het aantal keer dat de video opnieuw is gedeeld.

Elke statistiek wordt als een afzonderlijke InteractionCounter vastgelegd. De waarde in userInteractionCount moet overeenkomen met de betreffende actie. Een totaal bereik of een verzameling verschillende engagementcijfers hoort daar dus niet zonder nadere uitsplitsing in thuis.

Waarom deze verduidelijking relevant is

VideoObject helpt Google details over een video te interpreteren, zoals de titel, omschrijving, thumbnail, uploadatum, duur en locatie van het videobestand of de speler. Volgens Google kan de markup het bovendien eenvoudiger maken om een video op een kijkpagina te vinden. Video’s kunnen vervolgens op verschillende plekken zichtbaar worden, waaronder de gewone zoekresultaten, de videomodus, Google Afbeeldingen en Discover.

De maker en de interacties voegen twee contextlagen toe. De eerste verbindt de video aan een herkenbare persoon of organisatie. De tweede beschrijft hoe gebruikers met de video omgaan. Dat past bij een bredere ontwikkeling waarin machines niet alleen de inhoud, maar ook de herkomst en gebruikscontext van publicaties proberen te begrijpen. Diezelfde behoefte aan eenduidige entiteiten speelt bij digitale autoriteit.

Toch is terughoudendheid nodig. Google presenteert dit als een documentatie-update. Er is geen nieuwe videofunctie, rankingfactor of uitrol aangekondigd. Correcte structured data maakt een pagina ook niet automatisch geschikt voor een prominent videoresultaat. De video moet zichtbaar op de pagina staan, de opgegeven informatie moet overeenkomen met wat bezoekers zien en de pagina moet technisch toegankelijk zijn.

Zo ziet een geldige basis eruit

Een vereenvoudigd JSON-LD-fragment kan er als volgt uitzien:

{
  "@context": "https://schema.org",
  "@type": "VideoObject",
  "name": "Titel van de video",
  "description": "Unieke beschrijving van de video",
  "thumbnailUrl": "https://example.nl/video-thumbnail.jpg",
  "uploadDate": "2026-09-25T09:00:00+02:00",
  "contentUrl": "https://example.nl/video.mp4",
  "creator": {
    "@type": "Organization",
    "name": "Voorbeeldorganisatie",
    "url": "https://example.nl/over-ons/"
  },
  "interactionStatistic": [{
    "@type": "InteractionCounter",
    "interactionType": { "@type": "WatchAction" },
    "userInteractionCount": 12500
  }]
}

Google beveelt een directe contentUrl aan wanneer die beschikbaar is. Anders kan een embedUrl naar de specifieke videospeler worden gebruikt. Voor beide velden geldt dat niet simpelweg de URL van de gewone webpagina moet worden ingevuld.

Wat SEO-teams nu kunnen controleren

  1. Inventariseer echte kijkpagina’s. Gebruik VideoObject op pagina’s waar de video de hoofdinhoud is en direct zichtbaar kan worden afgespeeld.
  2. Koppel de juiste maker. Kies een persoon of organisatie die daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de video en gebruik een stabiele profiel- of organisatie-URL.
  3. Splits interacties uit. Vermeng views, likes, reacties en shares niet in één teller. Laat velden weg wanneer betrouwbare cijfers ontbreken.
  4. Controleer zichtbare informatie. Titel, omschrijving, thumbnail en publicatiedatum in de markup moeten aansluiten op de pagina.
  5. Valideer voor publicatie. Gebruik Googles Rich Results Test en controleer daarna met URL-inspectie hoe Google de pagina verwerkt.

Bij sites die markup via JavaScript toevoegen, blijft het verstandig om te controleren wat in de gerenderde HTML terechtkomt. Onze uitleg over JavaScript en indexatie beschrijft waarom broncode en gerenderde pagina niet altijd hetzelfde verhaal vertellen.

Geen reden voor een massale schemawijziging

Wie al geldige VideoObject-markup gebruikt, hoeft niet automatisch alle templates om te bouwen. creator en de interactiestatistieken staan in de aanbevolen sectie en zijn geen vervanging voor de vereiste basisvelden. De eerste stap is daarom een inhoudelijke controle: beschikt de organisatie over betrouwbare makerinformatie en actuele interactiecijfers die ook werkelijk bij de video horen?

Is dat het geval, dan biedt de verduidelijkte documentatie een goede aanleiding om de videomarkup aan te scherpen. Ontbreken die gegevens, dan is een kleinere maar correcte implementatie beter dan uitgebreide structured data die niet controleerbaar is.

Tom van Os, mede-oprichter van Toekomst van Search
Auteur

Tom van Os

SEO-specialist en mede-oprichter van Toekomst van Search. Volgt hoe organic visibility verandert in het tijdperk van AI.